ICTRecht B.V.

  • Jollemanhof 12
  • 1019 GW Amsterdam
Telefoon
Vestiging Amsterdam: 020 663 1941
E-mail
info@ictrecht.nl
KvK
34216164
btw
NL8223.30.040.B01
Terug naar overzicht

Coinrecht #13 – Witwassen en terrorisme

Veel van de kritiek op cryptogeld heeft betrekking op de mogelijkheden voor criminele activiteiten zoals witwassen, drugsverkoop en het financieren van terrorisme. De regelgevers van de wereld staan niet stil en lijken het komende jaar stappen te gaan zetten om, voor zover mogelijk, betere controle te krijgen over deze nieuwe technologie. Zo wordt er momenteel op Europees niveau gewerkt aan de aanpassing van een aantal richtlijnen die gevolgen gaan hebben voor cryptowisselkantoren (exchanges) en portemonnee-aanbieders (custodial wallet providers). In deze blogpost kijken we naar de gedachten achter deze anti-witwasregels en de voornaamste gevolgen voor wie onderneemt in deze sferen.

Witwassen en terrorisme

Witwassen: het uitvoeren van transacties binnen het financiële stelsel om de herkomst van illegaal verkregen geldsommen te verbergen.

Natuurlijk wil iedereen graag leven in een wereld zonder criminaliteit, waarin misdaad niet loont en iedereen netjes zijn belasting betaalt. Toch zijn deze aspecten onlosmakelijk verbonden met de samenleving. Deze kant van de mens heeft altijd bestaan en zal ook altijd blijven bestaan. Toch belet dit overheden niet om toch het maximale te doen om deze utopie na te streven. Met de afname van het gebruik van contant geld en de digitalisering van financiële diensten, ontstaat in toenemende mate een netwerk van transacties waar overheden en opsporingsdiensten graag inzage in willen hebben.

Dit heeft onder andere geleid tot anti-witwasregelgeving die banken en andere financiële dienstverleners dwingt om bepaalde informatie over de identiteit en het financiële gedrag van haar klanten beschikbaar te maken. Dit is geen onbegrijpelijk gedachte, maar deze werkwijze creëert een grote barrière voor nieuwe banken, dienstverleners en zelfs landen en continenten die niet kunnen voldoen aan deze regels, en dus buitengesloten worden.

Een vervelend gevolg van deze regelgeving is dat financiële dienstverleners worden gebombardeerd tot een verlengstuk van opsporingsdiensten. Vooralsnog raakt dit voornamelijk de traditionele dienstverleners zoals betaaldiensten en banken. Maar ook exchanges en custodial wallet providers gaan hiermee te maken krijgen. Hoewel met de tijd decentrale exchanges (bijvoorbeeld bisq) deze rol over zullen nemen, is het tot die tijd zeker zaak om rekening te houden met de toepasselijke regelgeving.

Nieuwe regelgeving voor cryptogeld

Sinds begin 2017 heeft cryptogeld een enorme groei doorgemaakt. Deze groei zorgt ervoor dat er in vele lagen van de samenleving en bij overheden belletjes zijn gaan rinkelen. Een logisch gevolg is de geleidelijke intocht van nieuwe wetgeving. Voor Nederlandse ondernemers spelen vooral de Nederlandse en Europese wetgeving een grote rol. Een van deze wijzigingen betreft de aanpassing van de vierde anti-witwasrichtlijn.

De vierde anti-witwasrichtlijn

De huidige anti-witwasregelgeving vinden we op Europees niveau in de richtlijn 2015/849 over de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering (ook wel de vierde anti-witwasrichtlijn genoemd of 4AMLD). Dergelijke richtlijnen moeten worden uitgewerkt in nationaal recht door middel van implementatie. Onder andere de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zijn mede hierop gebaseerd.

Op nationaal niveau is momenteel een wetswijziging in behandeling die deze vierde anti-witwasrichtlijn omzet naar Nederlands recht. Terwijl dit proces nog in gang is, is op Europees niveau alweer een voorstel in behandeling die deze richtlijn zal aanpassen. Deze zal te zijner tijd eveneens geïmplementeerd moeten worden in nationale wetgeving. Deze laatste aanpassing is interessant voor ondernemers en andere belanghebbenden die zich op het terrein van cryptogeld begeven. Hieronder kijken we kort naar de belangrijkste consequenties van deze verruiming.

Naast een aantal andere wijzigingen wordt in de laatste aanpassing concreet aandacht besteed aan cryptogeld. Hieronder enkele interessante overwegingen voor de beeldvorming:

Verdachte transacties van virtuele valuta worden niet voldoende gemonitord door de autoriteiten, die niet in staat zijn de transacties te koppelen aan geïdentificeerde personen.

Met betrekking tot het verbeteren van de opsporing van verdachte transacties met virtuele valuta, zijn zes regelgevende opties onderzocht. De geselecteerde optie bestaat uit een combinatie van maatregelen, namelijk (i) platformen voor het wisselen van virtuele valuta en (ii) aanbieders van bewaarportemonnees (“custodial wallet providers”) onder het toepassingsgebied van de richtlijn brengen, en (iii) meer tijd uittrekken om opties voor een systeem van vrijwillige zelfidentificatie van gebruikers van virtuele valuta te overwegen.

Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen verdachte transacties met virtuele valuta te monitoren, zonder afbreuk te doen aan de innovatieve voordelen die zulke valuta bieden, is het passend alle poortwachters die de toegang tot virtuele valuta controleren, en met name wisselplatforms en portemonnee-aanbieders, aan te wijzen als meldingsplichtige entiteiten in het kader van de vierde antiwitwasrichtlijn.

Om de aan de anonimiteit verbonden risico’s te bestrijden, moeten nationale financiële inlichtingeneenheden (FIE’s) in staat zijn virtuele valuta-adressen te koppelen aan de identiteit van de eigenaar van de virtuele valuta.

In het kort worden exchanges en custodial wallet providers meldingsplichtige instellingen die mogelijk geregistreerd moeten worden of over een vergunning moeten beschikken:

De lidstaten waarborgen dat aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta, aanbieders van bewaarportemonnees, wisselkantoren en kantoren voor het omwisselen van cheques, en aanbieders van trustdiensten of vennootschappelijke diensten over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn […].

In dit kader wordt tevens een nieuwe definitie geïntroduceerd. Onder virtuele valuta zal worden verstaan:

een digitale weergave van waarde die noch door een centrale bank, noch door een overheid wordt uitgegeven en evenmin aan een fiduciaire valuta is gekoppeld, maar die door natuurlijke of rechtspersonen als een betaalmiddel wordt aanvaard en kan worden overgedragen, opgeslagen of elektronisch verhandeld.

Gevolgen van vierde anti-witwasrichtlijn

De bovengenoemde wijzigingen hebben een aantal belangrijke gevolgen. Als meldingsplichtige entiteiten zullen ondernemers in ieder geval moeten voldoen aan de volgende eisen:

1. Cliëntenonderzoek

Een belangrijk onderdeel van het cliëntenonderzoek betreft de identificatie van de cliënt en de verificatie van de identiteit op basis van documenten, gegevens of informatie uit een betrouwbare en onafhankelijke bron. Kortom: in principe moet de ondernemer vooraf met overtuiging vaststellen met wie hij zaken doet. Dit heeft tevens betrekking op de uiteindelijke begunstigde, dus mogelijk ook de persoon of entiteit achter diegene waar zaken mee wordt gedaan. Dit concept is beter bekend onder de noemer ‘know your customer’ (KYC). De implementatie en effectiviteit van dit proces moet, indien nodig, bij de autoriteiten aangetoond kunnen worden.

Ondernemers hebben de vrijheid om een eigen inschatting te maken van de mogelijke risico’s en de cliënten/producten waar het om gaat. Er wordt een indeling gemaakt in risicocategorieën van laag tot hoog. Hoger betekent meer inspanning om deze risico’s te verminderen. In enkele gevallen kan een lidstaat bepalen om bepaalde cliëntenonderzoeksmaatregelen niet toe te passen. Bijvoorbeeld als er niet meer dan 250 EUR bij de relatie gemoeid is.

2. Meldplicht

Een ander belangrijk onderdeel betreft de meldplicht. Dit betekent dat ondernemers de financiële inlichtingen eenheid (FIE) onmiddellijk moeten inlichten wanneer er wordt vermoed dat geldbedragen te maken hebben met criminele activiteiten.  Daarnaast moet, op verzoek van de FIE, onmiddellijk alle noodzakelijke informatie worden verstrekt.

Kortom: alle verdachte transacties moeten worden gemeld. Het is daarmee niet toegestaan om transacties uit te voeren wanneer er enige verdenking bestaat. Ook mogen de betreffende cliënten niet over dergelijke meldingen worden ingelicht. Ondernemers zijn verplicht documenten en informatie vijf jaar lang te bewaren.

Enkele specifieke aspecten van bovenstaande punten kunnen tijdens de implementatie door lidstaten een iets andere invulling krijgen.

Wanneer gaan deze regels in werking treden?

Wanneer dit in de praktijk gaat gelden is momenteel nog onduidelijk. Het wetgevingsproces op Europees niveau loopt nog. Wanneer hier duidelijkheid over is gekomen, zullen lidstaten hun eigen wetgevingsprocedures starten om deze regels op nationaal te implementeren. Toch is het zeker goed om ter voorbereiding alvast enkele zaken in het achterhoofd te houden.

Persoonlijke noot

Door de technologische ontwikkelingen zullen we langzaam moeten gaan accepteren dat de hoge mate van vrijheid die het internet ons heeft gebracht, een soortgelijke invloed zal hebben op financiële vrijheid. In de toekomst zal de financiële economie een segment bevatten dat buiten de controle van overheden en opsporingsdiensten valt, zoals er nu ook een dark-web bestaat waar overheden niet effectief op kunnen handhaven. Uiteraard zullen regelgevers dit wel (tevergeefs?) proberen. Als samenleving moeten we er rekening mee gaan houden dat Bitcoin en zijn nakomelingen ons confronteren met een nieuw niveau van vrijheid. Gezamenlijk zullen we hier nieuwe normen en waarden voor moeten ontwikkelen.

Welkom bij de financiële revolutie (de waarde van één Bitcoin (BTC) is op dit moment 11.519 euro).

Ook deze week een filmpje voor de geïnteresseerden. Over de invloed van Bitcoin op het vermogen van de mens om zich meer te concentreren op langetermijnvisies.

Fotocredit: Stickac – Wikimedia 

Arend Jan Wiersma

Juridisch adviseur

Arend Jan Wiersma werkt als juridisch adviseur bij ICTRecht en houdt zich vooral bezig met de juridische aspecten van cloud computing. Hij is gespecialiseerd in complexe juridische vraagstukken en contractonderhandelingen waar technische kennis en inzicht in de ontwikkelingen op het internet een belangrijke rol spelen. Ook zijn adviezen profiteren van kennis op het gebied van onder andere infrastructuur, hardware en informatiebeveiliging.


Er zijn nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Uw persoonsgegevens gebruiken wij alleen voor het plaatsen en verwerken van uw reactie. Lees de privacyverklaring voor meer informatie