De Belastingdienst over de vloer
Het is helaas onvermijdelijk dat af en toe een klant failliet zal gaan, onder surséance komt of anderszins in grote betalingsproblemen komt. Voor u als hoster is er dan meestal weinig meer te halen. Uw vorderingen op grond van het hostingcontract komen namelijk pas aan de beurt nadat de Belastingdienst en de bank zijn geweest, en meestal is er dan nog maar bar weinig over. Mocht u nu denken “ik heb hier toch een dedicated server of zelfs heel rack van die klant staan, dan verkoop ik dat gewoon”, dan kunt u nog wel eens van een koude kermis thuiskomen. De Belastingdienst kan namelijk in zo’n geval úw spullen meenemen.
De Belastingdienst heeft op grond van de Invorderingswet de mogelijkheid om “bodembeslag” te leggen bij belastingschulden. Dit is een bijzondere vorm van in beslag nemen, waarbij de belastinginspecteur alle zaken mag meenemen die zich op de ‘bodem’ van een persoon of bedrijf met belastingschuld bevinden. En ja, dat kunnen ook zaken zijn die van een ander zijn. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat men zaken in beslag neemt en verkoopt die niet van de echte schuldenaar zijn. Maar de wet werkt hier niet zoals misschien logisch lijkt: de inspecteur hoeft niet ter plekke uit te zoeken wat van de schuldenaar is, maar u moet bezwaar maken na een inbeslagname en pas dan krijgt deze zaken terug.
De term “bodembeslag” geeft al aan waar de grenzen liggen: het moet een ‘bodem’ zijn, een stuk grondoppervlak dus, waar zich roerende zaken (zoals servers, opslagmedia of software) op bevinden en waar de betrokken persoon “onafhankelijk van anderen de beschikking over heeft en recht heeft met uitsluiting van ieder ander”. Hieronder valt bijvoorbeeld de vloer van een gehuurd bedrijfspand, zodat de Belastingdienst de volledige inboedel van zo’n pand in beslag mag nemen. Dat “met uitsluiting van ieder ander” is trouwens minder streng dan het lijkt: ook een gezamenlijke gebruikte bodem valt eronder. Huurt iemand een kamer, dan valt de gezamenlijke keuken onder de ‘bodem’ en kan de magnetron worden meegenomen. Maar bij huur van een kluisje krijgt de huurder geen beschikking over een stuk grond, zodat bodembeslag hier niet mogelijk is.
In het geval van datacenters zal het er vanaf hangen wat er precies voor dienst wordt verleend. Een shared hostingaccount of dedicated server is geen bodem, want daarbij krijgt de klant alleen beschikking over een stukje opslag- en verwerkingscapaciteit op een systeem van de hoster. Zo’n server kan dus niet door de Belastingdienst worden meegenomen.
Bij een co-located server kan dat anders liggen. Daarbij mag de klant zijn eigen computerapparatuur stallen op een door de hoster aangewezen plek in het datacenter. Als duidelijk is afgesproken dat de server in een rack van de hoster komt te hangen, wordt geen ‘bodem’ gehuurd en is bodembeslag onmogelijk. Maar die duidelijkheid is helaas niet altijd terug te vinden in de hostingovereenkomst. Een contract dat bijvoorbeeld zegt dat de klant zijn eigen rack mag plaatsen en daarbij toegang krijgt tot het hele datacenter, kan worden gezien als bewijs dat hij in feite de ‘bodem van het datacenter’ huurde.
Bij verhuur van floorspace is het dus essentieel dat duidelijke grenzen worden vastgelegd, om te voorkomen dat de Belastingdienst het gehele datacenter als ‘bodem’ aanmerkt. En die grenzen zijn geen kwestie van alleen wat kleine lettertjes, ook de dagelijkse praktijk speelt een belangrijke rol bij het vaststellen of en welke ‘bodem’ precies van de betrokken klant is. Zo spelen deuren, hekken of andere afscherming een belangrijke rol, en zou een op de grond getekend vierkant met klantnummer wel eens de doorslag kunnen geven.
En ja, dit werkt ook omgekeerd: als het bedrijf bij wie u uw servers heeft gestald failliet gaat of een grote belastingschuld heeft, dan neemt de Belastingdienst ook uw servers mee. U zult dan bezwaar moeten maken en aantonen dat de servers van u zijn. Lukt dat niet, dan worden uw servers verkocht vanwege de belastingschuld van uw hoster. Hopelijk heeft u dus de bonnetjes nog.
Dit artikel kwam mede tot stand dankzij een waardevolle bijdrage van mevr. mr P.J. Antons, advocaat bij Dorhout advocaten in Groningen.
Over Arnoud Engelfriet partner
Gespecialiseerd in complexe technisch/juridische ICT-vraagstukken, octrooien en softwarelicenties.







Plaats als eerste een reactie!